Zomerbode (maart 2011)
Ze zijn alweer gesignaleerd in ons kouwe kikkerlandje, de zwaluw.
Na een reis van meer dan 4000 kilometer kondigen ze de komst van de zomer aan.
Voor mij reden om deze wonderlijke vogels wat aandacht te geven.
Al zoekende naar geschikt materiaal om met u te delen kwam ik het oudst bewaarde gedicht van Nederland tegen. Geschreven in 870 na Chr. door Radbout, Bischop van Utrecht. Graag wil ik een passage hieruit met u delen.
De boeren breng ik nieuwe vreugden met mijn komst,
want kwett’rend roep ik: splijt de kale grond uiteen.
En breng ik in hun huis een beetje klei bijeen,
dan geld ik – tevergeefs – als bode van geluk.
Maar de natuur schonk mij een wonderlijk geheim
waardoor ik bij mijn kroost het zicht herstellen kan;
in die kunst ben ik zelfs Pythagoras de baas,
bij wie een blinde vruchteloos genezing zoekt.
Vandaar ook dat een plant die alom welig groeit
zelfs bij de stad, zijn naam ontleent aan onze naam.
De oudste naam ervan, die vindt men in het Grieks;
‘hirundinea’ komt van zwaluw in ’t Latijn.
Ik zet u, lezer, graag mijn levenswijs uiteen
opdat u meer bewond’ring voor de schepper krijgt.
Wanneer het lover komt en wind de bloemen brengt,
dan kom ik ook en vind bij mensen onderdak.
Daar maak ik dan een nest dat iedereen kan zien
– dat speelt een luie, onbedreven hand niet klaar.
Mijn pasgeboren, lieve jongen schuilen daar,
totdat ze volgen kunnen door de wijde lucht.
Ik neem die schare mee, we slaan de vleugels uit,
en onvermoeibaar vlieg ik zo de hele dag.
Erik Bruinning
Beheerder Vogelhospitaal Naarden




