Waterral
Wanneer een waterral wordt aangeboden bij het Vogelhospitaal is dat een aparte gebeurtenis.
Op 28 maart 2007 was dat het geval, toen de dierenambulance uit Almere een exemplaar van deze soort kwam brengen.
De waterral was sterk vermagerd en hij had diarree, maar na een antibioticakuur sterkte hij al snel aan. Na tien dagen kon hij weer worden losgelaten en dit gebeurde in een rietstrook langs het Gooimeer bij Naarden.
Waterrallen worden bijna nooit gezien. Het zijn vogels met een heimelijke levenswijze. Met hun kruip door sluip door gedrag banen zij zich, geholpen door hun lange tenen, moeiteloos en weg door de rietwildernis. Dat is hun leefgebied en het bestaat uit moerassig rietland met een weelderige plantengroei, open water in de omgeving en hier en daar wat wilgenstruiken.
Meestal worden zij alleen maar gehoord. Hun geluid is heel kenmerkend: het klinkt alsof er en biggetje wordt gekeeld!
Waterrallen zijn alleseters en de menulijst is daardoor zeer gevarieerd. Kleine vissen, kuit daarvan en andere in het water levende dieren, waaronder ook erwtenmossels worden verorberd.
Zij zijn gek op regenwormen. Jonge onervaren vogels, zoals winterkoninkjes, kleine karekieten of waterhoenkuikens zijn hun leven niet zeker met een waterral in de buurt. Parasiteren gebeurt wanneer nesten van andere vogels in de omgeving voorkomen, waar voedselresten of andere eetbare zaken uit gevallen zijn. Vissenkadavers worden regelmatig bezocht.
Als ’s winters de nood aan de man komt, zoeken de waterrallen die om een of andere reden overwinteren naar achtergebleven zoetwatermosselen. Het gaat ze dan om de ongeopende, die op de oeverranden door andere dieren zijn achtergelaten. Als echte opportunist weet hij al snel waar gevoerd wordt en wordt zelfs brood gegeten. Plantenzaden en pluis worden evenmin geschuwd. Een vogelhospitaal dat een waterral als gast krijgt zal dus niet zo gauw problemen krijgen met de voedselvoorziening.



