Vlaamse gaai (juni 2011)
Regelmatig steken wij dit verhaal ook af tegen bezoekers van het Vogelhospitaal. Bij een wandeling langs de vele hokken is er altijd wel een Gaai te bewonderen. Steevast wordt er geroepen “kijk een Vlaamse Gaai”. Nu is het zo dat in de volksmond nog steeds de naam Vlaamse gaai als standaard geld voor de vogel die wetenschappelijk Garrulus glandarius wordt genoemd. Een vrije vertaling van de Latijnse naam zal “kletskous van de eikels” opleveren. Ornithologen hebben al enige jaren geleden besloten om de toevoeging Vlaamse van de naam af te halen. Dit zal er mee te maken hebben dat de Gaai niet zijn oorsprong in het Vlaamse land heeft al doet de naam dat wel vermoeden. Alhoewel de Gaai vele benamingen kent hebben de meeste betrekking op zijn voorliefde voor eikels. In de herfst ontpopt de ijverige gaai zich als een ware bosbouwer en verstopt duizenden eikels als voorraad voor de winter. Veel hiervan weet hij weer op te sporen en een deel zal door andere dieren worden opgegeten, echter een deel van deze “geplante” eikels zal ontspruiten en uitgroeien tot een nieuwe boom. De eik is zelfs bijna geheel afhankelijk van de gaai voor de verspreiding van zijn zaden. Zelf heb ik mij regelmatig staan verbazen over de vocale talenten waarover deze mooie bont gekleurde vogels beschikken. Onlangs heb ik nog uren zitten staren naar het bladerdak van de eik in mijn tuin, er van overtuigd dat er een Papegaai in moest zitten. De Gaai zat er, de “Pape” echter niet.
Erik Bruinning
Beheerder Vogelhospitaal Naarden




