Vogel in nood!
Bel met uw plaatselijke
Dierenambulance

Gooi en vechtstreek
035-6830300
Almere 036-5386280
Flevoland 06-53371293

Landelijk alarmnummer
0900-0245
OPENINGSTIJDEN

1 augustus - 31 maart
Maandag - zaterdag
09.00 - 17.00
Zon- en feestdagen
10.00 - 16.00

1 april - 31 juli
Maandag - zaterdag
09.00 - 17.00
19.00 - 22.00
Zon- en feestdagen
10.00 - 17.00
19.00 - 21.00
VOGELHOSPITAAL

Burg. J. Visserlaan 1
1411 BR Naarden
Tel. 035 - 6 945 658

E-mail adres:
info@vogelasiel.nl

Varia

Een week stage bij het Vogelhospitaal Naarden

Simone Willekes

In het kader van een maatschappelijke stage heb ik een week lang gewerkt in het hierboven genoemde vogelopvangcentrum. Iedere dag begon met werkoverleg in de kantine.
De eerste dagen werd mij de taak toebedeeld om de jonge duiven dwangmatig voeren, omdat ze zelf niet wilden eten. Daarna waren alle couveuses aan de beurt om grondig schoon gemaakt te worden. De duiven werden dan in een schone couveuse gezet en die smerig waren werden gereinigd. Vuile handdoeken spoelden we eerst uit in de sloot en deze moest je dan uitwringen.

Daarna gingen ze de wasmachine in. Overal waar was gewerkt, moesten we alles goed schoonmaken. Hygiëne is belangrijk en voorkomt ziektes en de verspreiding daarvan. Een aantal dagen moesten appels in kleine stukjes worden gesneden voor een appel/brood/hart/mengsel, dat bestemd was voor kraaien en lijsterachtigen. Ook nu weer werd er veel schoongemaakt.

De laatste twee dagen van deze week zijn door mij besteed aan het verwijderen van het gras dat naast het Vogelhospitaal groeide. Hiermee kwam ruimte vrij voor nieuwe uitwenkooien die daar gebouwd gaan worden. Ik heb dit zelf als een leuke en leerzame week beleefd. Een van de leukste dingen om te doen was het voeren van de jongen duiven. Grappig was de reiger die rond loopt bij het Vogelhospitaal, hij hield je de hele tijd in de gaten.

——————————————————————————————————

Studenten op bezoek

Mariska Niesten

Woensdagmiddag 31 maart 2010 bracht een klein, enthousiast groepje studenten van de faculteit Diergeneeskunde van Wageningen University Reseach een bezoek aan het Vogelhospitaal.

Zij kwamen een kijkje nemen in de wereld van de dierenopvang en wel in één van de grootste vogelopvangcentra in Nederland.
Uit de presentatie van een van de beheerders Erik Bruinning bleek dat het Vogelhospitaal al 52 jaar bezig is met de opvang, revalidatie en het uitzetten van inheemse vogels. Het label asiel vinden ze niet op hen van toepassing, omdat zij de vogels niet plaatsen, maar oplappen en weer uitzetten in de natuur.

De vogels die worden opgevangen komen uit Noord-Holland, Flevoland en vooral uit het Gooi. Het zijn er per jaar ca. 4000-5000 en 85% wordt door dierenambulances binnengebracht. Slechts een klein deel is afkomstig van de politie (in beslag genomen dieren), de brandweer en particulieren. De oorzaken van hun komst zijn divers, met als voornaamste ongevallen (hoogspanningsleidingen), leeftijd (zeer jong, dus zwakker), door mensen geschoten en verwondingen veroorzaakt door dieren, zoals katten.

Elke vogelsoort heeft een specifiek verzorging nodig en dit maakt dat maatwerk nodig is. Het kleinste vogeltje ooit in de opvang verbleef is een goudhaantje (6 cm), maar dit vogeltje is door zijn grootte erg moeilijk te onderzoeken. De grootste vogels die geregeld worden afgeleverd zijn zwanen (160 cm) Ze kunnen 25 kilo wegen en zijn moeilijk in bedwang te houden. Het leukste werk in de opvang is ook gelijk het meeste werk, namelijk het voeren van jonge vogels. Vooral in het voorjaar hebben ze er in de opvang hun handen vol aan, want de jongste vogeltjes moeten om de paar uur met de hand gevoerd worden.

Ook hier is de behandeling per vogel verschillend: de allerjongsten moet je leren eten en ze kunnen reageren op een bepaald geluid of een beweging, afhankelijk van de soort. Het ministerie van LNV heeft regels afgekondigd voor de opvang van dieren. Een opvangcentrum moet daaraan voldoen om een ontheffing voor de verzorging te krijgen. Het dierenwelzijn staat hierbij centraal.

De middag werd afgesloten met een uitgebreide rondleiding door het opvangcentrum en een bezoek aan de behandelkamer, couveuses, quarantaineruimte en (buiten)kooien.

——————————————————————————————————

Lifter uit België

Erik Bruinning

Zoals wel vaker de laatste weken kregen we bezoek van een dame en een heer met onder hun armen een kartonnen doos. Uit het antwoord op onze vraag wat ze bij zich hebben werd al snel duidelijk dat het ging om een jonge duif, een Turks Torteltje om precies te zijn.

Na het diertje een volledig onderzoek te hebben gegeven konden we concluderen dat het verder gezond was. Toen kwamen we op het punt dat de nieuwe regels hun informatieve waarde prijs konden geven. Van iedere vogel houden we tegenwoordig o.a. de vindplaats bij.

De dame vertelde dat ze het paasweekeind bij familie op bezoek waren en op de terugweg vonden ze het vogeltje. Toen bleek pas dat ons torteltje langs de kant van de weg zat bij het plaatsje Aspelare in België.
Twee uur lang was het meegelift om vervolgens in onze opvang verder grootgebracht te worden. Blijkbaar is onze nieuw verworven classificering al tot over de landsgrenzen bekend geworden en zitten de vogels met hun duimvleugels omhoog langs de weg te wachten op een lift richting Naarden.

——————————————————————————————————

Bijzonder talrijke gast: knobbelzwaan

De winter van 2009/2010 was streng met veel sneeuw en ijs en een aantal vogelsoorten heeft het daardoor moeilijk gehad. Een ervan was de knobbelzwaan waarvan er vele tientallen bij het Vogelhospitaal zijn afgeleverd.
Het zijn de zwanen die zich nogal eens in parkvijvers en andere wateren binnen de bebouwing ophouden. Het is een prachtig gezicht wanneer zo’n zwaan met een krachtig roeibeweging en opgebolde vleugels als een zeilschip het water doorklieft.
Dit is een soort imponeergedrag dat zij meestal vertonen bij een te dichte benadering. Zij kunnen dan behoorlijk opgewonden raken, beginnen te blazen en maken een geluid dat als ‘kwier’ klinkt In het uiterste geval gaan zij over tot de aanval. Zo’n zwaan kan letsel toebrengen, maar dit komt zelden voor.

Incidenteel raakte iemand wel eens door een klap van een vleugel gewond aan zijn pols of arm. Knobbelzwanen zijn echte planteneters, al eten zij ook wel insecten en waterdieren, die zij al slobberend verzamelen. Bij het consumeren van allerlei waterplanten, waaronder fonteinkruiden en kranswieren, komt hun lange hals goed van pas.
Agrariërs zijn niet blij wanneer grote groepen knobbelzwanen verblijven op hun graslanden, vooral wanneer dit in het groeiseizoen is. In de lente zijn daarop soms grote groepen aanwezig, die niet alleen heel wat gras kunnen verorberen, maar door hun uitwerpselen het gras vervuilen. Koeien lusten dit gras niet.

De groepen bestaan uit zwanen die om een of andere reden niet tot broeden komen. Na het broedseizoen verzamelen veel zwanen zich in grote groepen om van verenkleed te wisselen (ruien). Dat gebeurt op grote open wateren. In de randmeren houden zich dan vele honderden exemplaren op. Voor de middeleeuwse elite – in het bijzonder de adel- was de knobbelzwaan een consumptievogel. Met zijn gewicht dat kan oplopen tot 20 kilo, vormde hij een welkome en onderhoudsarme vleesvoorziening.

Recepten waren een standaardonderdeel van middeleeuwse kookboeken. Knobbelzwanen werden echter in de 16e eeuw ook veel gehouden in Noord- en Zuid-Holland en dit was een privilege voor de adel. Zij fungeerden als siervogel en er werd mee gefokt in zogenaamde zwanendriften. Het toezicht berustte veelal bij een pluimgraaf. In de loop van de tijd kregen ook steden recht op het houden van zwanendriften en was de burgemeester pluimgraaf. De Amsterdamse Zwanenburgwal verwijst waarschijnlijk naar een vroegere zwanendrift. Een broedende zwaan valt op. Het kolossale nest langs de rand van het water met daarop de grote witte vogel is van veraf zichtbaar. Het vrouwtje bebroedt de eieren. Dit kost haar zo’n dertig dagen. De jongen zijn na twee jaar geslachtsrijp. Nadat zij geboren zijn blijven zij nog in familieverband bijeen met hun ouders tot na de winter; daarna worden zij uit het territorium verdreven. Zij kunnen een voor vogels aanzienlijke leeftijd bereiken.
Er is een melding van een exemplaar dat minimaal 21 jaar is geworden. In strenge winters komen veel zwanen om. De belangrijkste onnatuurlijke doodsoorzaken zijn het verkeer, hoogspanningsleidingen stookolie en in warme zomers botulisme. Hoe raar het ook klinkt, er stierven tot voor enkele decennia ook zwanen aan loodvergiftiging. Bij de jacht op watervogels werden vroeg jachtpatronen met loodhagel gebruikt. Op plaatsen waar veel gejaagd werd bij ondiep water kregen de zwanen de hagel binnen bij het voedsel zoeken. Wie er op let ziet dat hotels en restaurants gesierd worden door een zwaan of die war zwaan in de naam voorkomt. Waar dit gebruik vandaan komt is onbekend. Op topgrafische kaarten komen minder verwijzingen voor naar zwanen dan men zou verwachten. Enkele daarvan zijn Zwanepas, Zwanewater, Swaanenhof. In het Gooi en de Vechtstreek zijn dat het landgoed Zwaanwijck langs de Vecht tussen Nigtevecht en Weesp en Swanenburg boven ’s-Graveland. Een zwaan heeft zijn veren evengoed nodig als de mus. Deze uitdrukking slaat op iemand die royaal leeft, maar daar alles voor nodig heeft wat hij verdient. De naam van het dorp Zwanenburg in de gemeente Haarlemmermeer wordt toegeschreven aan het vroegere voorkomen van een zwanendrift.

Varia

  • Opening Uitwenkooi een feit.

      Na een uitgebreide testfase kon afgelopen vrijdag 30 maart 2012 onze nieuwste aanwinst officieel worden geopend. De 2 nieuwe kooien voor roofvogels en reigerachtigen werden ons geschonken uit de nalatenschap van dhr. H.B. van Rijswijk de Jong. Voor deze feestelijke opening kwamen een behoorlijk aantal genodigden naar het Vogelhospitaal Naarden. Onze voorzitter Gerard Glas [...]

  • Korte winter zorgt voor verrassende gasten

    De plots invallende barre koude heeft voor verrassende patiënten gezorgd. Normaliter stroomt het hospitaal vol met zwanen, eenden en meerkoeten. Nu waren het voornamelijk futen, dodaars en houtsnippen die last hadden van de vorst. De theorie hier achter is dat deze soorten korte afstanden trekken naar gebieden waar ze de winter doorbrengen. Futen bijvoorbeeld trekken [...]

  • Bouw nieuwe uitwenkooi in volle gang

    Zelfs het gure weer van de afgelopen dagen weerhoud onze kooibouwers er niet van om voor het krieken van de dag al aan de slag te gaan. Steeds duidelijker begint de kooi zich af te tekenen tegen de kale groenzoom rondom het Vogelhospitaal. Stalen staanders worden met enorme bouten aan de betonplaten vastgeschroeft. Vandaag 14 [...]