Slechtvalk
Op 4 april 2006 werd bij het Vogelhospitaal een spectaculaire gast aangeboden: een verzwakte slechtvalk.
Deze vogel was afkomstig uit Zevenhuizen (Z-H) en werd door de dierenambulance Gouda gebracht. De vogel droeg een ring van de ringcentrale Stockholm en is in Zweden geringd als nestjong op 7 juni 2005.
Om haar rust -het was een vrouwtje- te waarborgen, werd zij apart ondergebracht in een hiervoor vrijgemaakte buizerdvolière.
De slechtvalk is een roofvogel die zeer tot de verbeelding spreekt. Hoe kan het ook anders. Hij wordt beschouwd als de snelste vogelsoort ter wereld. Als maximale snelheid van een op prooi duikende slechtvalk wordt 270 km/uur opgegeven.
Door het gebruik van pesticiden in de jaren zestig van de vorige eeuw was de slechtvalk als broedvogel uit veel plaatsen in Noord- en Midden – Europa verdwenen.
De terugkeer vond geleidelijk plaats vanaf de jaren negentig. In Nederland broedde deze soort van 1926-1956 slechts zes keer, daarna waren er tot eind jaren zeventig twee zekere broedgevallen en een waarschijnlijk broedpaar.
Vervolgens nam het aantal broedparen langzaam maar zeker toe en in 2005 zijn er minstens 17 broedparen vastgesteld.
Tot halverwege de vorige eeuw nestelden broedparen in bomen of op de grond. De latere broedparen bezetten nestkasten die aan zeer hoge schoorstenen van bijv. elektricteitscentrales waren bevestigd of nestelen in hoogspanningsmasten. Deze voorkeur voor menselijke bouwsels stemt overeen met die in het buitenland, waar bijvoorbeeld ook in nissen van wolkenkrabbers wordt genesteld. De vogels ervaren die plekken als een rotslandschap, waar zij hun vestigingen hebben.
In en rond steden is een vrijwel onuitputtelijke voedselbron aanwezig, die bestaat uit stadsduiven. Daarbuiten, in het open landschap dat zij prefereren, zijn veel eenden en steltlopers aanwezig.
In de winter is die relatie tussen prooi en predator duidelijk merkbaar en houden zij zich graag op in gebieden met veel overwinteraars. Het waddengebied en de Delta bijvoorbeeld zijn daar goede voorbeelden van. Dat het al enige tijd beter gaat met de slechtvalk is ook merkbaar aan het aantal overwinteraars.
In het winterseizoen 2004-2005 hielden zich in ons land 200 exemplaren op. 15 jaar geleden was een dergelijk aantal ondenkbaar. In de omgeving van het Gooi zijn de Eempolders een gebied waar jaarlijks een of meer slechtvalken te zien zijn.



