Rode lijst soorten
Soorten van de Rode Lijst en het Vogelhospitaal
Ieder jaar worden minstens 3000 vogels voor verzorging aangeboden. Daaronder bevinden zich jaarlijks een aantal soorten met grote tot vrij grote aantallen, zoals merels, spreeuwen. kauwen, houtduiven en mezen. Kleinere, maar zeker niet onbelangrijke aantallen, zijn er van watervogels, zwaluwen en spechten. Soorten van de Rode Lijst, die min of meer regelmatig worden opgenomen zijn, zijn bijvoorbeeld kerkuil, steenuil, ransuil, boomvalk en grutto. Hetzelfde geldt ook voor minder algemene vogels zoals ooievaar, lepelaar, ijsvogel en appelvink. Er wordt goed gelet op het natuurlijke gedrag van alle soorten, waardoor het overlevingspercentage erg hoog is. Er zijn voor soortgroepen of soorten natuurlijk ingerichte verblijven gebouwd, waardoor zij zich thuis voelen en direct met een veilig gevoel eten gaan zoeken in een voor hun herkenbare leefomgeving.
Een voorbeeld: Een lepelaar weet wat hij moet doen in ondiep moeraswater, namelijk zijn snavel heen en weer bewegen door het water, al lopend om waterdiertjes op de tast te vinden en te verorberen. Met een betonvloer en een plastic bakje voer in de hoek zal hij zich niet op zijn gemak voelen, nerveus worden en niet beseffen hoe hij aan voedsel moet komen. Af en toe komt ook een roerdomp, eveneens een soort van Rode Lijst binnen. Ieder jaar verblijven ongeveer tien ijsvogels in het Vogelhospitaal, waarvan er dank zij speciaal aangebrachte aanpassingen en een gerichte behandeling zo’n acht met succes weer worden vrijgelaten.
IJsvogels die het niet redden hebben vermoedelijk een te grote hersenbeschadiging, als gevolg van hun confrontatie met ramen en andere spiegelende oppervlakken. Die nemen zij niet waar, omdat ze aangepast zijn om tijdens het vissen geen last te hebben van de spiegeling van water. Jaarlijks ontvangen we gemiddeld zeven kerkuilen die veelal als verkeersslachtoffer afkomstig zijn uit Flevoland. Van de overige uilen verblijven er gemiddeld per jaar zes bosuilen, negen ransuilen en twee steenuilen in het Vogelhospitaal. Sperwers, zo’n zeven per jaar zijn net als houtsnippen (35 !) vaak raamslachtoffers. Opmerkelijk is ook het aantal jongen van scholeksters, gemiddeld 20 per jaar.



