Koekoek
Elke keer weer is het een verrassing met welke vogel men aan de deur komt bij het Vogelhospitaal. Meestal weet de brenger -dierenambulances en vogelkenners uitgesloten- niet wat voor vogel het is. Half juli 2009 kwam een vogel binnen die in het winkelcentrum van Lelystad tegen een raam was gevlogen: een jonge koekoek.
De keren dat een koekoek bij het Vogelhospitaal is aangeboden zijn op de vingers van en hand te tellen. Het was een prachtig rossig bruin gestreept exemplaar.
Deze jonge vogel had geen zichtbare kwetsuren, maar was toch niet in staat om goed te vliegen. Na enkele weken was dat wel het geval en kon hij worden losgelaten. Dat was begin augustus, net op tijd om evenals zijn soortgenoten op trek te gaan naar de winterkwartieren in Afrika, in de savannen ten zuiden van de Sahara.
Van die trek merken wij weinig want koekoeken zijn nachttrekkers. Vroeger dacht men dat koekoeken bleven overwinteren. Het waren dan geen koekoeken die men zag, maar de eveneens op de borst dwars gebandeerde sperwers.
Begin mei arriveren deze ‘broedvogels’ weer in ons land. De favoriete biotopen bevinden zich in het buitengebied in de min of meer open tot halfopen landschappen. De mannetjes maken hun aanwezigheid kenbaar door het bij iedereen bekende koekoekgeluid. Een koekoek broedvogel noemen is eigenlijk misplaatst. Het is een broedparasiet die zijn eieren bij andere vogels in het nest legt. De soorten waarbij dit gebeurt worden waardvogels genoemd. In Europa zijn meer dan honderd waardvogelsoorten bekend. Per nest deponeert een koekoek één ei en kan in totaal 10-25 eieren bij toekomstige pleegouders onderbrengen.
Dit gebeurt met een uitstulpbare eileider, zodat ook in en nestholte een ei kan worden gelegd. De kleur en de vorm van het ei zijn aangepast aan de waardvogel om te voorkomen dat het niet als soorteigen wordt herkend en uit het nest wordt gegooid.



