Draaihals
Eind april 2008 huisde een wel heel aparte vogel in het Vogelhospitaal: een draaihals. Het dier was door een kat gegrepen. Toen hij op verwondingen werd onderzocht kronkelde deze vogel alle kanten op met hals en kop en maakte zijn naam daarmee waar.
Gelukkig mankeerde hij niets en kon al spoedig weer in de vrije natuur worden uitgezet.

De draaihals, die vroeger veel talrijker was, werd toen in de volksmond mierenjager genoemd. Het is nu een zeldzame broedvogel in Nederland met hooguit 65 broedparen, die alleen nog geconcentreerd in Drenthe en op de Veluwe broedt. Daar komen de grootste aantallen voor in terreinen met veel natuurlijke holtes in halfopen begroeiing op droge heide en gedeeltelijk vergraste pionierbegroeiing. Hierin staan veel dode en stervende berken of eiken en de randzone bestaat uit gebroken naaldbossen of verwaarloosd eikenhakhout.
Met zijn asgrauw- bruine verenkleed donkere golflijnen en stippen met driehoekig aandoende donkere vlekken op een geelachtige witte buik is in zo’n gebied een draaihals een onopvallende vogel.
Het lijkt wel een stuk schors van een den of spar. Een prima camouflage. In de broedtijd en tijdens de trek maakt hij zijn aanwezigheid kenbaar door een luid ‘klikliki’ te laten horen. Bij opwinding of gevaar zet hij zij kopveren uit tot een kuif en rekt zijn hals heel lang uit. Daarbij draait hij tegelijkertijd zijn kop als een slang, zodat die een cirkel beschrijft en de snavel beurtelings naar voren en achteren is gericht. Dit gedrag schrikt belagers af.
Toen ik eens voor controle een nestkast opende schrok ik mij wezenloos toen daaruit luid gesis klonk en onder mijn hand een en slangachtig wezen kronkelde. Het bleek een draaihals te zijn.
Uit zijn volksnaam Mierenjager wordt duidelijk dat hij van mieren leeft en dat zijn hoofdzakelijk weg-, knoop- en grasmieren. De poppen daarvan haalt hij met zijn lange tong uit de nesten. Als die niet voorhanden zijn staan blad- en boomluizen, kevers spinnetjes en rupsen op het menu.
In de winter zijn deze niet voorhanden. Vóór die invalt trekt de draaihals weg naar zijn overwinteringgebieden ten zuiden van de Sahara en keert vanaf eind april weer in ons land terug.



