Koolmees (februari 2011)
Eén van de eerste vogels die het vroege voorjaar verwelkomen is de alom bekende Koolmees. Leven ze in de winter nog tolerant naast elkaar, nu breekt de tijd aan om indringers uit het territorium te weren. Hoog op een tak brengen ze een scala aan geluiden ten gehoor. Het meest bekende tjie-tjie-tjuu is slechts één van de noten op hun zang. Binnen een populatie kunnen wel 41 verschillende zangtypes bestaan. Het is nu ook de tijd dat er binnen in het vogeltje veranderingen optreden. In het najaar krimpen de geslachtsorganen, de spiermaag neemt daarentegen in omvang toe om het veranderende voedselaanbod aan te kunnen. De spiermaag is nodig om zaden te verteren en werkt als een soort vijzel waarin de zaden fijngemalen worden. De kliermaag krimpt omdat het aanbod aan insecten afneemt. Nu in het vroege voorjaar zet deze hele verandering zich weer in omgekeerde volgorde in. Wie een nestkast heeft hangen zal ongetwijfeld een koppeltje koolmezen in de tuin mogen begroeten. Wie goed oplet kan in de lente het vrouwtje om voedsel zien bedelen bij het mannetje. Ineengedoken en met trillende uitstaande vleugels roept ze om voedsel. Ze zal de extra energie nodig hebben om de 8 tot 12 eieren te leggen en uit te broeden. Maar wie is nu het mannetje en wie de dame in het gezelschap. Het mannetje draagt een brede zwarte stropdas tot tussen de pootjes, het vrouwtje een smalle zwarte das die al voor de pootjes stopt.
Snavelstaar ze.
Erik Bruinning
Beheerder Vogelhospitaal Naarden



